Greve is gefascineerd  door de ‘ziel’ in het aangezicht van het hoofd.

De term ‘ziel’ leeft van oorsprong vooral binnen de wereld van het ‘zien’. En het hoofd is volgens Greve de zetel van de persoonlijkheid. Daarom is het ook zo interessant hoevaak in de wereld van de taal, het hoofd zich bedient om zeer diverse zaken mee uit te drukken.  Heethoofden, afdelingshoofden, warhoofden, hoofdverdachten of fijne koppen en kopstukken.  

U ziet hier de prototypen, de bronzen afgietsels zijn bij de opdrachtgevers.  Ze zijn op ware grootte, fijn-realistisch en zeer persoonlijk.

Bij PORTRETTEN gaat het om de beeltenis, de persoonlijke indentiteit van het eigen gelaat. De PORTRETTEN staan hoog opgesteld en kijken jou recht aan. Het zijn sprekende portretten en het zien van de ogen spreken boekdelen.

Menigeen heeft het over ‘portret’ maar bedoelen KOP, want het eigen handschrift  is het belangrijkste. De KOP is meestal blind en wordt in de ruimte dan laag tentoongesteld.

Greve is naar zijn mening de enige fijn-beeldhouwer, in tegenstelling tot vele fijnschilders. Het gaat bij het portret om dat het wezenlijke en het waarachtige met vakmanschap wordt vervaardigd. In samenwerking met de opdrachtgever kan een hoog niveau worden bereikt.

Als specialist heeft Greve de volgende vervaardigd:    Anne Frank,  Frits Zernike,  prins Claus von Amsberg,  Vincent van Gogh,  Wim Kok,  Benedictus de Spinoza,  Rembrandt van Rijn,  Mata Hari,  J.R. Thorbecke,  Epicurus en anderen.